.


ZIEN EN HOREN

Onze cultuur bevat een mengeling van Grieks denken en Joodse ethiek, aldus rabbi Jonathan Sacks (zaliger). De Griekse invloeden komen bijvoorbeeld tot uiting in onze taal, en zijn visueel gericht. We spreken van een beeldcultuur, een vooruitziende blik, een overzicht, een terugblik, van uiterlijk vertoon en van een oogstrelend tafereel. “Ik geloof het niet voordat ik het met mijn eigen ogen gezien heb,” wordt wel gezegd. De Joodse geloofstraditie is gericht op het horen. ”Sjema Jisrael, Adonai Eloheinu, Adonai Echad,” luidt de Joodse geloofsbelijdenis. "Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één".

De oude Grieken blonken uit in kunst, architectuur, beeldhouwkunst en theater, en bereikten daarin een onovertroffen grootheid. De Italiaanse Renaissance was in feite een herontdekking van de wereld en de vaardigheden van het oude Griekenland. Heidense culturen zagen de goden in het zichtbare, de zon, de storm, de zee, de aarde, de grote krachten die ons omringen en ons een gevoel van onbeduidendheid geven.

De goden zijn in de eenentwintigste eeuw veranderd, nu denken we aan het milieu, de opmars van de technologie, de wereldmarkt en de politiek. Deze “goden” zijn niet bewogen om het lot van de mens. Een vloedgolf stopt niet om te bedenken wie hij zal verdrinken en de vrije markt maakt geen moreel onderscheid. Een wereld die zich beperkt tot het zichtbare is een onpersoonlijke wereld die doof is voor onze gebeden en blind voor onze hoop.

Het Jodendom daarentegen is niet een cultuur van het zien, maar van het horen. De Jood die naar God hoort, begrijpt Zijn wil, en wordt geacht die wil te doen. Het jodendom is een voorbeeld van een persoonsgerichte beschaving. De patriarchen en profeten van het oude Israël begrepen dat God geen deel uitmaakt van de zichtbare wereld, maar daarbuiten is. Vandaar het verbod op gesneden beelden. God schiep de wereld met woorden: God sprak… en er was. Zijn grootste geschenk is Zijn woord aan de mensheid, de Tora, schrijft Rabbi Sacks. Een probleem is, dat de westerse wereld de Joodse Schrift in een vertaling heeft ontvangen, en dat daarbij veel verloren is gegaan, en veel niet te vertalen is. Het Nieuwe Testament is ons overgeleverd in het Grieks, maar komt voort uit een Joodse gedachtegang.

Een paar jaar geleden hield ds. Henk Poot in Ermelo een lezing, waarin hij dit benadrukte. In de Hebreeuwse taal worden verbanden gelegd tussen woorden en zinsdelen die ons in vertalingen ontgaan. Er zijn vertalingen die het Hebreeuws zo dicht mogelijk benaderen, zoals de Statenvertaling en de Naardense vertaling, maar er zijn ook vertalingen, die weliswaar goed leesbaar zijn, maar die veel ongezegd laten. Over Jezus lezen we dat hij het Woord van den beginne is. De evangelist Johannes begint er zijn evangelie mee, en we lezen het in de brief aan de Hebreeën. Het woord van God is vlees geworden en het heeft (zichtbaar en hoorbaar) onder ons gewoond. “Wie mij heeft gezien heeft de Vader gezien,” lezen we in het Johannesevangelie. Dit blijft een mysterie, maar voor ons is het genoeg om mee te leven.

Belangrijk blijft het echter om de Joodse context te zien waarin Jezus geleefd en gesproken heeft. Vandaar die onopgeefbare verbondenheid van de kerk met Israël. Is Israël volmaakt? Zeker niet. Is de kerk volmaakt? Evenmin. Maar toch, ze zijn verbonden, onopgeefbaar. Zullen wij dit zichtbaar en hoorbaar uitdragen in een tijd waarin het antisemitisme wereldwijd toeneemt?

Louise Katus, lid commissie Kerk & Israël Veluwe


↑ Top  

© Kerk en Israel - Veluwe 2021   - Leden -

Uw Internet Explorer versie is verouderd.

Deze website kan niet met deze browser worden bekeken!

Upgrade uw browser naar de laatste versie (Internet Explorer 8) of installeer een andere browser, zoals Firefox of Google Chrome)